Ondanks de reputatie van Indonesië als een sterk opkomende democratie met een moslimmeerderheid, een groeiende economische macht en voor Aziatische omstandigheden een grote vrijheid van meningsuiting, behoren mensenrechtenschendingen en corruptie in veel van zijn provinciën eerder tot de dagelijkse realiteit.
In juli 2009 werd Susilo Bambang Yudhoyono herkozen als president en de verwachtingen waren hoog, echter heeft hij tot nog toe weinig verandering kunnen of willen brengen in de cultuur van straffeloosheid, de groeiende religieuze onverdraagzaamheid, de grove vormen van kinderarbeid, de inadequate zorg en inhumane behandelingen, de grote mate van corruptie en de slinkende vrijheid van pers en meningsuiting.
Straffeloosheid en corruptie
Straffeloosheid lijkt de standaard te zijn wat betreft mensenrechtenschendingen door veiligheidstroepen en andere militaire instanties in onder andere de provincies West-Papua, Atjeh, de Molukken en Kalimantan. Daarnaast worden wetten rondom laster misbruikt om daarmee journalisten, mensenrechtenbeschermers en andere critici te intimideren en de mond te snoeren.
Waar publieke demonstraties tegen corruptie, het schrijven van officiële klachtbrieven rondom wanbeleid, het publiceren van rapporten over gevoelige onderwerpen gebruikelijk zouden moeten zijn in een democratie is dat niet het geval in Indonesië – zulke vormen van kritiek leiden eerder tot rechtszaken en gevangenschap, los van de waarheid die wordt aangesproken.
Vrijheid van meningsuiting
In de spraakmakende zaak rondom de moord op mensenrechtenactivist Munir bin Thalib in 2004 is er nog altijd geen schuldige aangewezen, het proces wordt ontsierd door dwang en intimidatie van de getuigen en critici. Op deze manier wordt vrijheid van meningsuiting in de gevarieerde en levendige mediasector in Indonesië, nog steeds ondermijnd.
Ook private communicatiemiddelen als email en mobiele telefonie waarin kritische geluiden te horen zijn, zijn niet veilig voor de autoriteiten. Mensenrechtenadvocaat Sabar Olif Iwanggin werd bijvoorbeeld in 2009 zo’n 15 maanden vastgehouden in Jayapura, West-Papoea, nadat hij een kritische sms over president Yudhoyono had doorgestuurd naar vrienden.
West-Papoea
Deze meest oostelijke provincie van Indonesië, West-Papoea, werd in 2009 en 2010 geconfronteerd met een groeiende mate van politiek geweld. Deels is dit te wijten aan de radicalisatie van militante activisten in de centrale hooglanden, wat een rechtstreeks gevolg lijkt te zijn van de onschendbaarheid van de regering, de groeiende cultuur van terreur en onderdrukking van de Papoea’s, die qua etniciteit en religie sterk verschillen van de Indonesiërs.
Het West-Papoea Nationaal Comité (Komite Nasional Papua Barat, KNPB) concludeerde dat het onmogelijk was op een vreedzame manier te strijden voor hun doel – een referendum over onafhankelijkheid. Dit leidde tot een verhoging van geweld. Politiek nieuwsgierige buitenlanders en journalisten worden hier niet of beperkt toegelaten door de overheid, waardoor de grens tussen feit en fictie vaag blijft. Niettemin blijven vele Papoea’s strijden voor een land van vrede en rechtvaardigheid.