Indonesië

PBI in Indonesië

Langdurige conflicten hebben geleid tot de vraag om aanwezigheid van PBI door zowel plaatselijke humanitaire, niet-gouvernementele groepen als wel de Komnas HAM (de Nationale Mensenrechtencommissie). De activiteiten van PBI begonnen in 1999 in Oost Timor. Wegens het uitbreken van grootschalig geweld na het referendum in september, was PBI gedwongen te evacueren naar West Timor en startte daar hun eerste projectteam. Niet lang daarna werd een centraal kantoor van PBI geopend in Jakarta en één in Atjeh vanwege de grove mensenrechtenschendingen gedurende de onafhankelijkheidsstrijd. In 2004 opende PBI zijn eerste kantoor in Jayapura, West-Papoea en niet lang daarna één in centraal West-Papoea, waar het naast proactieve begeleiding ook vredeseducatie verzorgt.

In de laatste jaren lag de focus op West-Papua. En juist daar werd het werk steeds lastiger door restricties van de overheid en door veranderende beschermingsbehoefte van de mensenrechtenverdedigers. Vrijwel alle internationale organisaties moesten hun werk in het gebied stoppen. PBI kon niet langer de rol vervullen die zij had en het project werd gesloten. Er bleef echter een kleine werkgroep actief om te onderzoeken of PBI nog steun zou kunnen bieden aan het werk van de mensenrechtenverdedigers in Indonesië en dan met name voor de mensen in West-Papua. Na een aantal assessments werden langzaam de contouren van een nieuw project zichtbaar.